PETANQUE TERMEN

Boule termen

Het petanque kent vele Franstalige woorden en uitdrukkingen. Om u een beetje wegwijs te maken, hebben we de meest voorkomende woorden en uitdrukkingen voor u verklaard.

1.

Boule

Metalen bal waar je mee gooit.

2.

But of Bouchon

Het kleine houten balletje dat bij petanque als doel dienst doet.

3.

Cirkel

Plaats waaruit men werpt, met een doorsnede van minimaal 35 en maximaal 50 cm.

4.

Mêne

Werpronde, begint met het uitwerpen van de but en eindigt als alle boules gespeeld zijn.

5.

Pointeur

Een bouler met als specialiteit: plaatsen.

6

Milieu

De middelste speler in een triplette, of iemand die zowel kan plaatsen als schieten.

7.

Tireur

Een bouler met als specialiteit: schieten.

8.

Tête á tête

Team bestaande uit 1 speler (je speelt dan met 3 boules per persoon).

9.

Doubletten

Team bestaande uit 2 spelers (je speelt dan met 3 boules per persoon)

10.

Tripletten

Team bestaande uit 3 spelers (je speelt dan met 2 boules per persoon)

11.

Mêlée

Wedstrijdvorm waarbij de partner(s) door loting worden bepaald.

12.

Bâtard

Wordt ook wel bastaard boule of punt genoemd. Het is een punt dat niet goed, maar ook niet slecht is. De tegenstander twijfelt of hij zal plaatsen of schieten.

13.

Biberon

Situatie waarbij een geplaatste boule tegen het but komt te liggen.

14.

Boulodrôme

Een jeu-de-boulesspeelterrein of overdekte accommodatie.

15.

Carreau

Het wegschieten van een boule waarbij de eigen boule op de plaats van de andere blijft liggen.

16.

Demi-portée

Halfhoge plaatsbal welke halverwege de cirkel en but wordt geplaatst en vervolgens verder rolt.

17.

Donnée

Plaats waar de boule neerkomt op het speelterrein.

18.

Stries of striage

De lijnen of groeven die in de boule zijn gegraveerd.

19.

Fanny

Een uitdrukking die gebruikt wordt wanneer je een partij met 0-13 verliest. Bij sommige verenigingen wordt een plaquette gepakt met daarop Fanny's billen die je moet kussen als blijk van nederlaag.

DutchEnglishFrenchGermanSpanish